Psalms
Chapter 101
Dutch translation
1Ik zal zingen van uw liefde en rechtvaardigheid; tot u, Here, zal ik lofzang uitheffen.
2Ik zal zorgvuldig zorgen voor een onberispelijk leven— wanneer zult u tot mij komen? Ik zal de aangelegenheden van mijn huis met een onberispelijk hart leiden.
3Ik zal niet met goedkeuring kijken op iets dat afschuwelijk is. Ik haat wat ongelovige mensen doen; ik zal daar geen deel aan hebben.
4De verkeerde van hart zullen ver van mij vandaan zijn; ik zal niets met het kwaad te maken hebben.
5Wie hun naaste in het geheim belastert, zal ik zum zwijgen brengen; wie hoogmoedige ogen en een trotse hart heeft, zal ik niet dulden.
6Mijn ogen zullen op de getrouwen in het land zijn, opdat zij bij mij mogen wonen; wie onberispelijk wandelt, zal mij dienen.
7Niemand die bedrog beoefent, zal in mijn huis wonen; niemand die valsheden spreekt, zal voor mijn aanschijn bestaan.
8Elke morgen zal ik alle goddelozen in het land tot zwijgen brengen; ik zal alle boosdoeners uit de stad des Heren uitroeien.
Journal this passage
Reflect on Psalms 101 with HolyJot — free Scripture journaling available in 18 languages.
Start journaling free