Psalms
Chapter 141
Dutch translation
1Ik roep tot U, Heer, kom haastig tot mij; hoor mij wanneer ik tot U roep.
2Laat mijn gebed voor U gesteld zijn als wierook; laat het heffen van mijn handen zijn als het avondoffer.
3Stel een wacht over mijn mond, Heer; bewaar de deur van mijn lippen.
4Laat mijn hart niet verleid worden tot het kwade, opdat ik niet deelneme aan boze daden met hen die kwaaddoeners zijn; laat mij niet eten van hun lekkernijen.
5Laat een rechtvaardige mij slaan—dat is een gunst; laat hem mij bestraffen—dat is olie op mijn hoofd. Mijn hoofd zal het niet weigeren, want mijn gebed zal nog steeds tegen de daden van kwaaddoeners zijn.
6Hun oversten zullen van de rotsen worden geworpen, en de bozen zullen leren dat mijn woorden welgesproken waren.
7Zij zullen zeggen: "Gelijk als iemand de aarde ploegt en omwoelt, zijn onze beenderen verstrooId aan de mond van het graf."
8Maar mijn ogen zijn op U gericht, Soevereine Heer; in U zoek ik toevlucht—geef mij niet over aan de dood.
9Bewaar mij veilig voor de vallen die door kwaaddoeners zijn gesteld, voor de strikken die zij voor mij hebben gelegd.
10Laat de bozen in hun eigen netten vallen, terwijl ik veilig voorbijga.
Journal this passage
Reflect on Psalms 141 with HolyJot — free Scripture journaling available in 18 languages.
Start journaling free