Psalms
Chapter 6
Dutch translation
1Yahweh, bestraf mij niet in Uw toorn, noch tuchtig mij in Uw grimmigheid.
2Wees mij genadig, Yahweh, want ik ben verzwakt. Genees mij, Yahweh, want mijn beenderen zijn ontsteld.
3Ook mijn ziel is zeer angstvol. Maar Gij, Yahweh--hoe lang nog?
4Keer weder, Yahweh. Bevrijdt mijn ziel, En behoud mij om Uwer goedertierenheid wille.
5Want in de dood is geen gedachtenis aan U. In Sheol, wie zal U dank brengen?
6Ik ben vermoeid van mijn zuchten; Elke nacht overstroomt mijn leger; Ik drench mijn rustplaats met mijn tranen.
7Mijn oog verteert van droefheid; Het wordt oud door al mijn tegenstanders.
8Wijkt van mij, gij alle werkers der ongerechtigheid, want Yahweh heeft de stem mijner weeping gehoord.
9Yahweh heeft mijn smeking gehoord. Yahweh aanvaardt mijn gebed.
10Mogen al mijn vijanden beschaamd en ontzet zijn. Zij zullen zich omkeren, zij zullen plotseling beschaamd worden.
Journal this passage
Reflect on Psalms 6 with HolyJot — free Scripture journaling available in 18 languages.
Start journaling free